Skip directly to content

DROOMdenken: De wielrennersfiets

In de rubriek DROOMdenken bespreken we deze keer een door een droomster gedroomde droom. Wij, als Droomdenkers volgen onze invallen en zoeken een rode draad, een psychoanalytische manier van werken met de droom. In deze rubriek vindt u de ene keer de reactie van de dromer beschreven, de andere keer zal deze reactie binnen de beslotenheid van de behandelkamer blijven. Deze rubriek verschijnt tegelijkertijd op de website van het Psychoanalytisch Woordenboek.

Door: Marc Hebbrecht, Annelies van Hees, Minke de Jong en Rolien van Mechelen.

Analytici zijn op zoek naar de verborgen betekenissen van de droom, maar niet, zoals Freud het ons leerde, door bij elk element van de manifeste droom naar associaties te vragen om zo de latente droomgedachte op te sporen. Volgens Freud is de latente droomgedachte altijd van driftmatige aard. De ervaring leert dat de manifeste droom zelf veel aanknopingspunten biedt voor het psychoanalytische proces door te werken met de invallen van patiënt en therapeut. Daardoor kan bijvoorbeeld de overdracht een andere kleur krijgen, soms is de dagrest duidelijk te herkennen. Of een patiënt ontdekt het vermogen tot symboliseren. Zo voegt het analyseren van een droom bijna altijd iets toe aan een behandeling.

Droom: "De wielrennersfiets"

“Ik fietste op straat. Aan de overkant van de straat kwam uit een zijstraat een jongen op een wielrennersfiets aangesneld. Hij maakte de bocht wat groot en hij kon me net ontwijken. Dat liep dus goed af en ik fietste door. Toen hoorde ik achter me geruzie en zag dat de jongen van de wielrennersfiets in discussie was met iemand die had gezien dat hij bijna tegen me opbotste. Het was de man die de daklozenkrant verkoopt bij mij om de hoek en hij werd steeds agressiever. De straat was nu opengebroken en overal lagen stenen waarmee hij begon te gooien. Er waren steeds meer mensen en iedereen begon met stenen te gooien, velen gebruikten een stuk hout om stenen weg te slaan. Er waren zo’n 10 á 15 mensen stenen aan het gooien en ik stond op een afstand te kijken. Ik was mijn telefoon aan het zoeken in mijn jaszak maar kon ‘m maar niet vinden. Uiteindelijk vond ik ‘m en ik was opgelucht dat ik 112 kon bellen. Toen werd ik wakker.”

De Droomdenkers:

  • De droom is beeldend en schetst een heldere hoewel complexe plaats van handeling. We zien de overkant van de straat, een zijstraat, er wordt over “om de hoek” gedroomd, we zien de opengebroken straat. We zien de plaats van de bijna botsing en kijken over een afstand naar het hectisch middelpunt van de gebeurtenissen. Bijzondere aandacht gaat uit naar het kleinste beschreven gebiedje in deze droom, de binnenkant van de jaszak. Daar wordt gezocht naar de telefoon. Met dit zoeken in de jaszak wordt droomster van toeschouwer plotsklaps de centrale bepaler van de gebeurtenissen. Overigens is het opvallend dat de jaszak, zo klein als hij is, een zoekgebied blijkt te zijn. De uitdrukking jaszak, broekzak, vestzak komt op, waarbij je denkt aan alles blijft binnen de familie.
  • Het is een levendige droom vol beweging. We komen wielrennen tegen, een grote bocht maken, net ontwijken, ruziën, daklozenkrant verkopen, stenen gooien, stenen met een stuk hout wegslaan, toekijken, telefoon zoeken, 112 bellen en wakker worden. Ook deze reeks eindigt met het actief worden van de droomster. Iedereen doet iets en pas na dit gezien te hebben wordt droomster actief en zelfs het middelpunt van de scene. Zou het wachten angst zijn? En zo ja, waar is droomster bang voor? Kijkt droomster eerst de kat uit de boom, is het een speels scannen van de situatie om op de beste plaats op het toneel in te voegen, moet droomster op eieren lopen om aan het leven deel te kunnen nemen, of houdt droomster wel van de opwinding van een potje matten, ook al beleeft ze de opwinding buiten zichzelf? In ieder geval is ze opgelucht als ze terug kan vallen op papa-politie. Met andere woorden, als die het voor haar kan oplossen, voordat de boel tot een kookpunt komt. Trouwens over welk kookpunt hebben we het?
  • Ook blijken er nogal wat mensen in de droom te figureren: een jongen op een wielrennerfiets, iemand die de jongen bijna had zien botsen met dromer, de agressieve daklozenkrant verkoper en steeds meer mensen die zich er mee bemoeiden, wel 10 of 15. En dan is er droomster zelf nog. Niet te vergeten: de mensen hebben allerlei items/wapens ter beschikking, een wielrennerfiets, de daklozenkrant, stenen, een stuk hout en de telefoon van dromer. De mensen in de droom gebruiken archaïsche wapens, droomsters wapen is superieur! Een effectief lange afstandswapen. De sterke arm kan er mee ingeroepen worden. Wat moeten we nu weer denken van die “sterke arm”? Waar, voor wie, of voor wat, zou die sterke arm kunnen staan?
  • Bij droomster is het bewustzijn van verschillende gevoelens aanwezig. Er wordt gedroomd over ontwijken, zou je kunnen zeggen “er omheen draaien”? Agressie, “heeft droomster daar part of deel aan”? En opluchting “als blijkt dat droomster het heft in eigen hand kan nemen”. Ook het bijna botsen zou de beschrijving van een gevoel kunnen zijn. Welk gevoel, dat moeten we droomster zelf vragen.
 
Na het systematisch bekijken van de droom, laten de Droomdenkers hun gedachten de vrije loop.
  • De daklozenkrant verkoper valt als eerste op. Hij speelt een hoofdrol. Hij lijkt een fascinatie met verval te vertegenwoordigen. Ruw gesteld hebben daklozenkrant verkopers in het algemeen slechte gebitten en ze stinken, maar deze lijkt haar te kennen en neemt het voor haar op. Het conflict in de droom speelt zich af tussen de agressieve slechtheid van de daklozenkrant verkoper en het gelikte van de nietsontziende wielrenner. De wielrenner is uit op een confrontatie, maar op het laatste moment komt het er niet van. Is dat eigenlijk wel of niet erg? Kunnen we weten voor wie de daklozenkrant verkoper staat? Is het iemand in de nabijheid van droomster?
  • Het woord wielrennersfiets is een opvallende ouderwetse uitdrukking. Is het een ouderwetse fiets? Is de persoon erop ouderwets? En zo ja, kan dat ons leiden naar de persoon voor wie de wielrenner staat? Dan bedenken we dat het woordgebruik misschien iets zegt over droomster. Drukt de distantie tot modern taalgebruik uit dat de scene zich lang geleden afspeelde? Dan zou de telefoon wellicht aangeven dat er een “oud” innerlijk conflict op te lossen is.
  • De mensen die de stenen gooien doen aan sport denken, ze hebben overwicht en ze zijn met velen. Er lijkt ook te spelen: kijk eens hoe kwaad en goed om mij strijden. Zouden kwaad en goed staan voor de vader en de moeder? Dromer lijkt zelf niets te maken te hebben met het stenen gooien. Dan denken we aan kemphanen. De mannetjes vechten en de wijfjes staan er een beetje buiten, ze keuvelen wat en ze laten de mannen vechten. Vechten ze om droomster? Om droomsters gelijk? Of om droomster te hebben? Immers er ontstaat ruzie tussen de man en de jongen. Dan bedenken we dat droomster de daklozenkrant verkoper haar woede laat ventileren. Kan ze zelf niet woedend worden?
 
We besluiten met de gedachte dat de droom vitaliteit uitdrukt. Er wordt om haar gevochten. Het kan een wens zijn van droomster dat de mannen om haar vechten. Het vechten kan ook werven zijn in de zin dat droomster fantaseert dat er om (“rondom”) haar gevochten wordt.
 
Tot zo ver de dames droomdenksters. Daarna reflecteert Marc Hebbrecht vanuit België op De wielrennersfiets.
 

Marc Hebbrecht:

De droom verbeeldt vooral drukte, voortbeweging, onrust en ruzie. Het gaat er levendig, heftig aan toe …ik moet denken aan de felheid van jonge mensen, de studentenopstand van mei ’68 in Parijs (straten werden opgebroken, er werd met stenen werd gegooid), revolutie en opstand, de jongere generatie die de oudere generatie confronteert met beperkingen en tekortkomingen en de bestaande orde wil omkeren... 
 
Stelt zich het probleem in het leven van de droomster dat ze stagneert, dat er stilstand is? Is de felle activiteit een compensatoire reactie op passiviteit en stagnatie?
 
Kijkt de droomster van op afstand naar haar heftige, nog adolescentaire gevoelens, is er een nostalgie naar het jonge deel van zichzelf (een aanvaring met een jongen)? Ik moet denken aan de coup de foudre zoals bij plots opkomende verliefdheden: een aanvaring, een clash? De droom doet me denken aan een dreigend conflict. Betreft het een innerlijk conflict (jeugdige, mannelijke strevingen in conflict met de stabiele levenssituatie van een gesettelde ouder wordende dame?), gaat het om een weerspiegeling van een extern conflict (Heeft ze een gezin? Hoe is het gesteld met de relatie met haar kinderen? Hoe staat haar man tegenover haar verlangens? Welke opvattingen hebben ze over opvoeding van kinderen?), is er sprake van een dreigend conflict waarvan ze de oorsprong bewust niet heeft opgemerkt (de aanvaring komt van op zij...), is er een mogelijke dreiging van een botsing in de therapeutische relatie (indien de droom in een therapeutische setting zou verteld zijn)?
 
De jongen komt uit een zijstraat…ik moet denken aan een zijsprong, Seitensprung in het Duits, overspel. Alles speelt zich af op de straat. Bij ons in Vlaanderen wordt de straat vaak geassocieerd met erotisch-seksuele inhouden (de straat doen of niet van straat geraken). De bocht wordt groot gemaakt, alsof de droom iets uitdrukt van er met een grote boog omheen gaan (zoals de uitdrukking er met de boog omheen gaan: om een onaangename ontmoeting of een al te aangename ontmoeting die problemen kan creëren met anderen, te vermijden?). Ik kan me niet echt losmaken van de gedachte dat de droomster niet jong meer is. Heeft ze heimwee naar de vitaliteit van vroeger?
 
Ik zou zeker doorvragen naar associaties in verband met de jongen (een zoon of kleinzoon, een jeugdliefde, haar man toen die nog veel jonger was). De droom brengt een wensvervulling tot stand: ‘het loopt goed af en ik fiets door’, zegt de droomster.
 
Verder vraag ik me af wie de man is die de daklozenkrant verkoopt. De dakloze doet me denken aan armoede, verval, teloorgang, lelijkheid, gebrekkige zelfzorg. Gaat het om het innerlijk conflict van iemand die boos is over het feit dat de vermogens afnemen door het ouder worden (minder aantrekkelijk, mannelijker) en zich narcistisch behoeftig voelt?
Heimwee, verdriet en boosheid over fysieke en psychische vermogens die afnemen? Staat de man die de daklozenkrant verkoopt voor iemand uit de directe omgeving, voor de partner? Hoe is het met de partnerrelatie gesteld, wat voelt de droomster voor haar partner? Heeft ze het gevoel dat ze haar partnerrelatie heeft verwaarloosd? Kan haar partner haar jeugdige, mannelijke strevingen accepteren? Maakt ze hem tot een verkoper van de daklozenkrant omdat ze boos is op hem, is er met andere woorden sprake van devaluatie van haar partner omdat ze zich boos voelt op hem? Heeft ze mannelijke strevingen tijdens haar leven te zeer verwaarloosd? Voelt ze zich daar boos over? Was ze maar een jongen geweest op een wielrennersfiets…Hoe is het gesteld met de beleving van haar vrouwelijkheid? Welke vorm neemt bij haar het castratiecomplex aan?
 
Misschien signaleert de droom de noodzaak van (innerlijke) verandering: de straat wordt opengebroken. Een uitnodiging om een verandering in haar levensstructuur te overwegen? Zal dit tot spanningen en ruzie leiden? Doet er zich een innerlijke crisis in de droomster voor, een crisis die ze van op afstand bekijkt? Vreest ze dat ze in botsing zal komen met haar partner, haar familie als ze passionele gevoelens toelaat? Is er een oedipale thematiek waar ze geen afstand kan van nemen? Hoe heeft ze haar oedipuscomplex doorwerkt? Ze wordt bijna geraakt door een jongen en daarna ontstaat er een conflict tussen de jongen en de man die de daklozenkrant verkoopt. Bovendien blijft dit conflict niet beperkt tot de man die de daklozenkrant verkoopt, er worden vele mensen in betrokken. Gaat het om de wens om passie en heftigheid te ervaren en het zich tezelfdertijd realiseren dat dit gevaren inhoudt en tot botsingen kan leiden met de naaste familie en vrienden. Wat kan dit teweeg brengen in een relatie- en gezinssysteem?
 
Het stuk hout…houterig reageren wanneer heftige gevoelens worden gewekt. Is het stuk hout om stenen weg te slaan een plastische uitdrukking van haar verdedigingsmechanisme: houterig reageren?
 
Bovendien drukt de droom uit dat het nodig is om het advies van een derde in te winnen in verband met haar specifieke leefsituatie. Ze zoekt de telefoon in haar jaszak maar kan hem niet vinden. Hiermee wordt ook een conflict uitgedrukt: zich ambivalent realiseren dat hulp nodig is maar moeilijk te vinden is (wegens innerlijke omstandigheden of reële externe omstandigheden?). Beleeft ze haar therapeut als voldoende bereikbaar en toegankelijk?
 
Aan het einde van de droom komt het wensvervullend karakter weer aan de orde. Ze is opgelucht en kan 112 bellen. Is 112 in Nederland ook het noodremmer dat wordt gebeld bij urgenties? Is er sprake van een urgente situatie die niet goed genoeg onder ogen wordt gezien?
 
Zie ook andere afleveringen van DROOMdenken.