Skip directly to content

Ervaringen van een analysant

In het onderstaande artikel (Overwegingen over een psychoanalytische behandeling) in samenwerking geschreven met zijn analyticus, vindt u een persoonlijke schets geschreven door een analysant over zijn psychoanalytische behandeling.

Het is een ontroerend document waarin analysant helder zijn eigen positie en belevingen aan het analytische proces weergeeft naast zijn observaties van zijn analyticus. Het is een langdurige analyse geweest. De worstelingen van de analysant zijn invoelbaar beschreven, toch is het niet moeilijk om je tijdens het lezen voor te stellen dat de analyse een waardevol en vruchtbaar proces is geweest.


Verschenen in: Mededelingenblad van de Nederlandse Vereniging voor Psychoanalyse, 2012, 27, 1, p. 17-20


Overwegingen over een psychoanalytische behandeling

T.I. Oei

Afscheid nemen is een proces dat nooit voorbijgaat, heb ik eerder beschreven. Het gaat erom dat beide partijen in een analytische behandeling het met elkaar over eens zijn dat het tijdstip van afscheidnemen een beslissing is van de analysant, in overleg met de analyticus. De behandeling waarover de analysant - intussen de cliënt - spreekt is in het echt ook zo verlopen. Weliswaar is een en ander gefingeerd en zijn de namen ook niet zoals ze waren. Het ging ten slotte om een stuk evaluatie door de analysant, iets waar in de literatuur niet zo erg veel over is geschreven. Ik heb het een groot voorrecht gevonden dat ik deze analyse in ruim tien jaar heb mogen doen bij iemand die aanvankelijk daar volstrekt geen oren naar had. Waar de weerstand ertegen er vanaf droop, maar hij bleef komen, aanvankelijk zelfs tot op de minuut exact, totdat na een driekwart jaar de vraag bovenkwam, waarom hij zo deed, alsof hij het gevoel van tegenzin miste. Pas daarna kon hij zijn echte gevoelens van verzet meer bewust worden. Ik laat thans het woord aan de analysant/cliënt. De cliënt is intussen een weerbare, zelfstandige man geworden. Hoewel niet vaststaat in welke mate de psychoanalyse heeft gewerkt, kan al wel gesteld worden dat hij er thans veel positieve ervaringen aan ontleent, in ieder geval meer dan negatieve. Hij is bereid over één en over vijf jaar er nog eens zijn gedachten over te bepalen.

Oorspronkelijke vraagstelling

De aanleiding tot mijn verzoek voor psychische bijstand was in eerste instantie bepaald door de problematiek rondom mijn destijds bestaande liefdesrelatie. In deze relatie begon ik, Coenraad Lakenstad, dezelfde trekken te herkennen als in de daarvóór afgebroken relatie, namelijk een vermeend besef van ontrouw bij gedachtes aan en fantasieën over andere vrouwen, die, mede door het taboe daarop, steeds dominanter werden. In werkelijkheid liep ook de bestaande relatie bij aanvang van de analyse op haar einde.

Achteraf is het eenvoudig te zien dat de wezenlijke problematiek veel dieper ging dan het aspect van de liefdesrelatie. De behoefte c.q. zelfopgelegde drang tot totale controle leidde tot een verkrampte levenshouding waarin nauwelijks ruimte bleef voor het ervaren van primaire emoties en zelfs van een vrije gedachtenstroom. Er was grote angst en weerstand om die gereguleerde levensinstelling los te laten.
Een sterk rationele en intellectualistisch-formele instelling, die enige autistische trekken vertoont, gepaard aan een redelijk ontwikkelde intelligentie en verbale vaardigheid fungeerde als krachtig middel om gevoelens en emoties ofwel te reguleren, maar vaker nog in het onbewuste domein te houden. Grote verdienste van de analyse daarbij is geweest om, mede via het woord, in soms moeizame discussies te werken aan bewustwording, herkenning, verwoording en uiteindelijke uiting van deze gevoelens en emoties. Naar mijn opvatting zal dit proces nooit geheel zijn voltooid. Hopelijk blijf ik ook in dit verband steeds in staat om nieuwe wegen te ontdekken en om mijn gevoelens, gedachten en gedrag voortdurend in een nieuw daglicht te kunnen zien.

Uiterlijke omstandigheden

In de loop van de afgelopen jaren is het leven er voor mij op bijna alle relevante praktische vlakken anders uit gaan zien. Hoewel niet duidelijk aanwijsbaar ligt het in mijn beleving voor de hand dat een groot deel van deze veranderingen een interne mentale basis heeft waarop de analyse vanzelfsprekend een zekere invloed heeft gehad.

Woonsituatie

In plaats van een flatje achteraf in Slotermeer bewoon ik nu ca. 10 jaar een appartement op de begane grond met een klein achtertuintje midden in de binnenstad van Amsterdam. Dus niet meer geïsoleerd, maar met directe toegang tot de stad en het openbaar vervoer. Achteraf kan ik bijna niet meer geloven dat ik zo heb aangehikt tegen het nemen van de beslissing om daar naar toe te verhuizen.

Maatschappelijke situatie

Bij aanvang van de analyse bestond mijn werk uit het lesgeven op 2 muziekscholen. In de laatste 7 jaar heb ik mij daarnaast ontwikkeld tot dirigent van 2 harmonieorkesten en ben vaste begeleider van een koor waarmee ik ook concertreizen heb ondernomen. Deze bijkomende werkzaamheden vormen behalve een belangrijke aanvulling op mijn inkomen vooral de aanleiding voor een breder sociaal contact en mijn ontwikkeling als 'leider' van een groep. Steunde ik in het begin van deze ontwikkeling bij het uitvoeren van de taken nog voornamelijk op mijn vermeende intellectuele overwicht, inmiddels is er een levendige meer persoonlijke omgangsvorm ontstaan met orkestleden, bestuur en publiek, waardoor ik op een meer ontspannen en zelfverzekerde manier repeteer en dirigeer. Soms bekruipt me het gevoel van een groot voorrecht dat me is vergund om deze rol te mogen vervullen. Ik meen ook een beter beeld te hebben van hoe ik op de groep overkom en hoe ik ben als persoon. Ook bij de lessen op de muziekschool heb ik mij mogen ontwikkelen van iemand die vooral de goedkeuring zocht van leerlingen, ouders en collega's naar iemand die vanuit ervaring en betrokkenheid iets te bieden heeft en daarvoor wordt gewaardeerd en gerespecteerd.

Leeftijdsbesef

Een en ander is ook gerelateerd aan het besef van mijn eigen leeftijd. Gedurende lange tijd heb ik me eigenlijk jonger gevoeld dan het absolute getal van mijn leeftijd aangaf. Na het kinderlijke besef van oneindigheid dat mede werd gevoed door mijn religieuze achtergrond van doorleven-na-de-dood heb ik grote moeite gehad met het groeiende besef van de eindigheid van het leven. Weliswaar was rationeel eenvoudig te bedenken dat deze eindigheid een logische noodzaak is van het besef van tijd, emotioneel was het schokkend me te realiseren dat er een afscheid zou komen. Inmiddels lukt het me steeds beter om stil te staan bij het moment van de dag en het bewuster ervaren van het voorrecht van het leven. Daarbij past een besef van de voortdurende tijdelijkheid van de beleving, dat mede wordt gevoed door de verwachting van mogelijke nieuwe belevingen. De herinnering aan voorbije gebeurtenissen is daarmee een schat die ik kan koesteren maar niet meer zo wil vasthouden als vroeger. Ik ben me als kersverse 50-er meer bewust van het stadium van het leven waarin ik me nu bevind.

Materiële situatie

Hoewel wellicht minder relevant speelt in mijn gegroeide zelfvertrouwen ook mijn verbeterde materiële situatie een rol. Kon ik vroeger net de eindjes aan elkaar knopen en stond ik aan het eind van de maand meestal behoorlijk in het rood, door mijn extra activiteiten ben ik - in eerste instantie noodgedwongen - een fiscaal zelfstandig ondernemer geworden. Zonder mijn ruimere financiële armslag nou als kapitaalopbouw te willen benoemen, kan - en vooral: durf - ik mezelf tegenwoordig een luxere levensstijl veroorloven. Ook dat maakt het vaak eenvoudiger om beslissingen te nemen: Ik heb ook mogen ervaren dat als ik af en toe een verkeerde keuze maak er nog geen man overboord is. Er is een meer afgewogen balans tussen risico en behoedzaamheid.

Sociale context

Nog steeds ben ik erg gesteld op mijn autonomie en niet bereid om die op te geven. In mijn beleving ga ik primair als eenling door het leven. De verbinding met mijn familie is vrij losjes en min of meer verplichtingloos. De ziekte van moeder heeft mij wel zeer geraakt en het besef van de sterfelijkheid van mijn ouders is pijnlijk naarmate hun ouderdom duidelijker wordt. Ook de relatie met de paar vrienden die ik heb is niet zeer intensief, maar ervaar ik wel als hartverwarmend en troostend. De relatie met de collega's, orkestleden en leerlingen ervaar ik als zeer hartelijk maar ook als begrensd door professionele kaders. In een maatschappij die steeds opener wordt, waarin de sociale gedragsnormen steeds meer worden bepaald door cultureel bepaalde keuzes en daarmee ook diverser kunnen zijn, geeft die begrenzing mij een duidelijkheid waarbinnen ik me niet gevangen voel, maar die me juist de ruimte geeft om de uitingen van mijn persoonlijke gevoel vorm te geven.

Sinds een jaar of 5 heb ik een liefdesrelatie met Hanny, een oude jeugdvriendin, sterker nog: een oude (weliswaar eenzijdige) jeugdliefde. Omdat zij in Frankrijk woont en daar een professioneel en sociaal bestaan heeft opgebouwd heeft onze verhouding alle kenmerken van een LAT-relatie. In principe spreken en zien we elkaar elke avond via het internet (Skype) en kletsen dan over wat ons bezighoudt. We ontmoeten elkaar gemiddeld eens in de 6 weken, gaan samen op vakantie, en betrekken elkaar ook bij de wederzijdse sociale contacten (haar ouders zijn van oudsher goed bevriend met de mijne). Het hoeft nauwelijks betoog dat deze relatievorm ook een uiting is van het zoeken naar de balans tussen mijn behoefte aan contact enerzijds en autonomie anderzijds. Er blijft altijd een spanningsveld tussen het ervaren van het eigene en het gezamenlijke. Hoewel die balans waarschijnlijk in geen enkele relatie bij beide partners helemaal overeenstemt ervaar ik deze relatie als meer levensvatbaar dan de daaraan voorafgaande.

Rol van de psychoanalyse

Als cliënt had ik vaak geen idee hoe het ervóór stond. Maakte ik enige vooruitgang? Deed ik het wel goed? Vaak bekroop me het gevoel dat ik als muziekleerling ook zo vaak had gehad: je studeerde wel, maar eigenlijk nooit genoeg, en de vooruitgang zag je zelf als leerling pas achteraf, maar echt zicht op het leerproces nam ik moeilijker waar. Later realiseerde ik me dat bovenstaande vragen juist onderdeel van het probleem vormden: Het ging niet om een prestatie. Ook moest ik erg wennen aan het idee dat ik niet in behandeling was bij een arts die een behandeling uitvoert, maar dat ik het meeste zelf moest doen.

Verder vond ik het - zeker in het begin - moeilijk om me los te maken van het idee van een kunstmatige laboratoriumsituatie waarin persoonlijke binding werd verondersteld met iemand die vanuit een professioneel uitgangspunt opereerde. Kon ik bijvoorbeeld van zo iemand gaan houden? Iets voor hem voelen? Wat voelde hij eigenlijk echt voor mij? De weerstand om mij aan zo iemand 'over te geven' uitte zich mede in een patroon van al dan niet aangekondigde absentie. Pas na indringende woorden lukte het me om deze absentie te gaan zien als een agressieve uiting van weerstand. Maar eigenlijk wilde ik daar natuurlijk liever niet aan. De praktische omstandigheden van mijn late avondwerkzaamheden als klarinetdocent/dirigent combineerden natuurlijk ook niet eenvoudig met het vroege ochtendtijdstip van de analyse. Dat gaf me vaak een goede smoes om het af te laten weten.

Het is de grote verdienste van mijn analyticus geweest dat hij zijn geduld heeft bewaard, dat hij mij waar nodig de ruimte gaf om het niet op te geven, maar wanneer het enigszins kon mij op een spoor zette waar ik eigenlijk niet op wilde, en waartegen ik voortdurend met allerlei rationele tegenwerpingen kwam, de één nog spitsvondiger dan de ander, en dat hij het heeft opgebracht alle registers (enkele soorten interventies die analytische mogelijkheden uitdrukken, zoals clarificatie, confronteren, duiden, self-disclosure, kwinkslagen, alsof-posities nemen, rationele vergelijkingen in gevoelssituaties omzetten, parallelle ervaringen - van anderen - erbij halen, to) open te zetten om de vinger te kunnen leggen op de plekken waar ik wel op moest reageren. Daarmee is de strategie van de analyse natuurlijk wel enigszins afgeweken van het oorspronkelijke idee van vrije associatie waarbij de analyticus nauwelijks spreekt.

Toen in de laatste periode het contact persoonlijker werd en het besef doordrong dat mijn gedrag invloed kon hebben op het gevoel van de analyticus vond ik dat in eerste instantie eng, en bijna niet passend bij het veronderstelde professionele karakter van de relatie. Maar in tweede instantie gaf het mij de ruimte om een grote sympathie te ervaren.

Het moment van afscheid nemen kwam voor mij vrij onverwacht. De aanleiding leek me ook enigszins extrinsiek en gebaseerd op de aanstaande pensionering van de analyticus. Het is passend dat mijn analyticus mij de ruimte gaf het exacte moment van afbouw zelf te bepalen. Het was voor mij veel makkelijker geweest als hij had aangegeven wanneer het klaar was. Nu moest ik daar zelf een beslissing in nemen. Omdat ik zelf nog geen echt idee had over het verloop van de spanningsboog van de analyse door de jaren heen, heb ik in overleg de datum gesteld op de 'officieel' aangegeven datum van pensionering. Maar alleen al het vaststellen van die datum gaf de analyse nog een laatste geheel eigen dynamiek: Voor het eerst kwam er een besef van een leven ná de analyse, waarin ik er alleen voor stond. En een besef van afscheid, van de tijdelijkheid van alles. Toen voelde ik dat de analyse ook - voor langere tijd onbewust dus - had gefunctioneerd als emotioneel vangnet, als raadgever en klankbord over hoe te handelen. Daarmee werd ik mij meer bewust van de ouderlijke opvoedende rol van de psychoanalytische behandeling. Het afscheid is daarmee voor mij dan hopelijk ook een vorm van volwassenwording.

 


Dit is een persoonlijke schets door de analysant van een psychoanalytische behandeling die ik (T.I. Oei) heb mogen doen. Publicatie ervan werd door CL goedgekeurd.


Indien u behoefte heeft aan een oriënterend gesprek en/of hulp bij het vinden van een beschikbare analyticus neem dan contact op via het Psychoanalytisch Behandelhuis.