Skip directly to content

Klachtprocedure

Het kan gebeuren dat u ontevreden bent over aspecten van een behandeling of uw behandelaar en dat u, nadat u dit hebt aangekaart tijdens de therapiezittingen of in een nieuwe afspraak na het beëindigen van de behandeling u er niet met uw behandelaar uit komt. Leden van de NVPA dienen zich te houden aan de professionele richtlijnen van overkoepelende beroepsorganisaties als de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP), de Nederlandse Vereniging voor Psychotherapie (NVP) of het Nederlands Instituut voor Psychologen (NIP). Deze verenigingen hebben klachtencommissies waar u met een klacht terecht kan. Als een instelling naar uw mening tekort is geschoten, kunt u voor een klacht terecht bij de klachtencommissie van de betreffende instelling of bij de Inspectie voor de Volksgezondheid.

Klachtencommissie

Ook in de statuten en het huishoudelijke reglement van de NVPA is voorzien in een klachtencommissie waar u het professionele handelen van haar leden kunt laten toetsen. Wij behandelen klachten in een stappenplan.

De behandeling van klachten vindt trapsgewijs plaats. Het voortraject kan bestaan uit het telefonisch en desgewenst anoniem consulteren van de voorzitter van de klachtencommissie. De voorzitter denkt vanuit een analytisch-begrijpende houding met de  aanvrager  mee over diens vraag en diens overweging wel of niet een klacht in te dienen. Een klachtprocedure wordt opgestart nadat schriftelijk een klacht is ingediend bij de voorzitter van de klachtencommissie. Dit kan niet anoniem gebeuren en een afschrift van de klacht wordt gestuurd naar de aangeklaagde. Vervolgens beoordeelt de voorzitter samen met de klachtencommissie de ernst van de klacht. Als er sprake is van een onduidelijke of milde klacht wordt deze in eerste instantie behandeld met een psychoanalytisch-reflectieve werkwijze. Als de klacht dusdanig ernstig is dat uitsluiting van het lidmaatschap tot de mogelijkheden lijkt te behoren wordt de klacht direct behandeld volgens een administratief-oordelende werkwijze. Een maand na het ontvangen van een schriftelijk ingediende klacht komt de commissie tot de keuze voor (niet) ontvankelijk verklaren van de klacht en al dan niet in gang zetten van de klachtbehandeling.

In de onderstaande tekst wordt de klachtenprocedure uit de doeken gedaan. Eerst wordt in de ?Richtlijn voor de beroepsethiek? beschreven wat u van uw behandelaar mag verwachten, en wat daarmee de denkkaders zijn voor klachtwaardig gedrag. Daarna wordt het reglement voor de klachtprocedure stap voor stap beschreven. Aan het eind van dit document treft u de contactgegevens aan.

Richtlijn voor de beroepsethiek

Uitgangspunt is dat ieder lid of iedere kandidaat gehouden is aan de algemene ethische richtlijnen die binnen de GGZ zijn vastgelegd in wetten en beroepscodes. Deze worden in onderstaande richtlijn niet verder geëxpliciteerd. Daarenboven zijn er ethische principes die zijn afgeleid van het psychoanalytisch denken en gedachtegoed en die leiden tot ethische verplichtingen jegens patiënten, collegae, kandidaten of supervisanten. In de tekst van deze richtlijn ligt het accent op de specifiek psychoanalytische toevoeging. Hoewel hierin vooral gesproken wordt over de behandelpraktijk gelden de ethische principes ook voor de opleidingssituatie binnen de NVPA. Deze richtlijnen dienen regelmatig te worden geëvalueerd in het licht van wetenschappelijke ontwikkelingen, ontwikkelingen binnen het vakgebied en ontwikkelingen in de maatschappij. Ze vullen de statuten en reglementen van de vereniging aan en zijn van toepassing op alle leden en kandidaten.

Telkens waar sprake is van analyticus is dat bepaalde tevens van toepassing op kandidaten. Als wordt gesproken over patiënten wordt daarmee ook verwezen naar kandidaten in leeranalyse.

De ethische richtlijnen voor de praktische beroepsuitoefening door leden en kandidaten van de NVPA zijn gebaseerd op de toepassing van de psychoanalytische werkwijze in verschillende behandelingsvormen.  De toepassing van de psychoanalytische werkwijze ligt aan de basis van de ethische positie van de analyticus. De psychoanalytische werkwijze geeft handvatten voor het behoud en de ontwikkeling van professionele standaarden in praktijk en onderzoek. Ze vergemakkelijkt en beperkt de specifieke emotionele relatie tussen patiënt en analyticus. Van psychoanalytici wordt verlangd dat zij voorbewuste en onbewuste processen scherp waarnemen, en in staat zijn tot een methodisch reflectieve houding en discipline. Om recht te kunnen doen aan de specifieke behoefte aan bescherming van alle betrokken partijen worden zij geacht fenomenen van regressie, weerstand en (tegen)overdracht competent te kunnen hanteren.

Ondanks het feit dat alle psychoanalytici een subjectieve opvatting hebben over de werkwijze en een eigen persoonlijke werkstijl moeten ontwikkelen, zijn er dwingende ethische principes voor de psychoanalytische praktijk.

Psychoanalytici zijn verplicht zich professioneel zo te gedragen, dat de waardigheid van de patiënt en diens recht op fysieke en psychische integriteit gewaarborgd is. Het psychoanalytisch proces, dat mede geleid wordt door een voor de patiënt en behandelaar deels onbewuste dynamiek, vraagt om grote alertheid inzake bescherming van de patiënt.

Specifieke principes

In deze paragraaf worden ter gedachtebepaling enkele specifieke principes beschreven. Deze zijn bedoeld als richtlijn, waarbij ruimte moet zijn voor hantering binnen de specifieke context. Ook is de opsomming niet uitputtend; ander principes kunnen worden toegevoegd.

  • Vertrouwelijkheid. Psychoanalytici behandelen alle uitspraken van een patiënt of supervisant vertrouwelijk. Deze verplichting garandeert bescherming van de patiënt, van de supervisant,  van derden en van de analyticus die over deze informatie beschikt. Zij geldt ook voor wetenschappelijke publicaties, supervisies en overleg onder collegae. Ze leidt tot preventieve maatregelen voor dossier- en data bescherming in geval van ziekte, blijvende arbeidsongeschiktheid of overlijden van de analyticus. Bij een dilemma met betrekking tot de verplichting tot vertrouwelijkheid en de verplichting zich aan de wet te houden besteedt de analyticus bijzondere aandacht aan de noodzakelijke bescherming binnen de behandel- en de supervisierelatie.
  • Authenticiteit en verplichting tot transparantie.  Binnen de grenzen van de methodische abstinentie onderhouden analytici een authentieke en transparante relatie met hun patiënten en supervisanten en misbruiken zij het suggestie-effect van hun persoonlijke autoriteit en professionele competentie niet voor persoonlijke voordelen. Het is een onderdeel van transparantie om de patiënt of supervisant bij het begin van de behandeling c.q. supervisie in te lichten over de specifieke omstandigheden en regels van de komende samenwerking. Bij een behandeling betreft deze verplichting ook de organisatorische en contractuele voorwaarden van een eventueel verzekeringssysteem waarbinnen de behandeling wordt uitgevoerd. De patiënt krijgt informatie over het bestaan van de klachtprocedure.
  • Abstinentie. De noodzaak van veiligheid binnen de psychoanalytische situatie vereist het vermogen om in alle verbale en non-verbale communicatie gedisciplineerd en abstinent te kunnen blijven. Psychoanalytici zijn eraan gehouden hun competentie en persoonlijke autoriteit niet te gebruiken ter bevrediging van eigen behoeften. De analyticus mag met zijn patiënt geen andere relatie aangaan dan een behandelrelatie. Deze verplichting tot abstinentie blijft bestaan na het beëindigen van de analytische behandelrelatie. Voor leeranalyses vervalt de regel van abstinentie na het behalen van het lidmaatschap van de kandidaat, met uitzondering van de regel een partnerrelatie aan te gaan. De supervisor gaat met zijn supervisant geen andere relatie aan dan de supervisierelatie, met uitzondering van functionele contacten in het kader van de opleiding of de werksituatie. Voor supervisie geldt dat na beëindiging van de supervisierelatie de abstinentieregels vervallen. 
  • Afspraken. Voor het feitelijke begin van de behandeling of supervisie moet overeenstemming zijn over afspraken over tijd, plaats, vakantieplanning, tarief, de wijze van betaling en eventuele compensatie voor niet-nagekomen afspraken. Ook wordt besproken op welke wijze de patiënt en de behandelaar de vrijwillig aangegane behandeling kunnen beëindigen. De supervisor bespreekt met zijn supervisant de mogelijkheid tussentijds de supervisierelatie te beëindigen en de omgang met evaluaties in het kader van de opleiding. De afspraken houden rekening met de individuele leefomstandigheden van beide participanten. Iedere verandering hierin van de kant van de analyticus wordt door de analyticus tijdig aangekondigd, rekening houdend met mogelijke consequenties voor het analytische proces c.q. de supervisie.  
  • Behoud en bewaking van bekwaamheid. Van psychoanalytici wordt verwacht dat zij attent zijn op iedere verstoring van hun  emotionele/fysieke evenwicht. De permanente reflectie op het klinische werk komt uit eigen motivatie voort en  is verbonden met het praktische werk en methodisch ingebed in supervisie, intervisie of collegiale consultatie. Dit schept de voorwaarden voor het behoud van de psychoanalytische bekwaamheid. Als er belangrijke aanwijzingen zijn dat een collega analyticus zijn professionele verplichtingen niet nakomt is het wenselijk dat een (kandidaat)lid dit vermoeden met zijn collega bespreekt. Indien dat geen of onvoldoende resultaat heeft, is het (kandidaat)lid gehouden dit te melden bij de klachtencommissie, waarbij dit in eerste instantie ook in het kader van een vertrouwelijk overleg kan.

Reglement voor de klachtprocedure

1. Klachtbehandeling

Bij de beoordeling van klachten over de beroepsuitoefening laat de klachtencommissie zich leiden door de richtlijn voor de beroepsethiek. Opleidingsanalyses worden in deze richtlijn beschouwd als behandelingen; als hieronder aan patiënten wordt gerefereerd, dan vallen hier dus ook kandidaten in leeranalyse onder. Telkens waar sprake is van analyticus is dat bepaalde tevens van toepassing op kandidaten. De klachtencommissie heeft als taak vragen en klachten te onderzoeken over mogelijk onethisch handelen, voor zover dit de psychoanalytische praktijk van het lid of de kandidaat betreft. Vragen en klachten kunnen ingediend worden door (kandidaat)leden, (ex)patiënten en belanghebbenden (indien de commissie oordeelt dat de klager een redelijk belang heeft bij het indienen van de klacht).

De behandeling van klachten vindt trapsgewijs plaats. Het voortraject kan bestaan uit het telefonisch en desgewenst anoniem consulteren van de voorzitter van de klachtencommissie. De voorzitter denkt vanuit een analytisch-begrijpende houding met de  aanvrager  mee over diens vraag en diens overweging wel of niet een klacht in te dienen. Een klachtprocedure wordt opgestart nadat schriftelijk een klacht is ingediend bij de voorzitter van de klachtencommissie. Dit kan niet anoniem gebeuren en een afschrift van de klacht wordt gestuurd naar de aangeklaagde. Vervolgens beoordeelt de voorzitter samen met de klachtencommissie de ernst van de klacht. Als er sprake is van een onduidelijke of milde klacht wordt deze in eerste instantie behandeld met een psychoanalytisch-reflectieve werkwijze. Als de klacht dusdanig ernstig is dat uitsluiting van het lidmaatschap tot de mogelijkheden lijkt te behoren wordt de klacht direct behandeld volgens een administratief-oordelende werkwijze. Een maand na het ontvangen van een schriftelijk ingediende klacht komt de commissie tot de keuze voor (niet) ontvankelijk verklaren van de klacht en al dan niet in gang zetten van de klachtbehandeling.

De klachtencommissie heeft als taak vragen en klachten te onderzoeken over mogelijk onethisch handelen, voor zover dit betrekking heeft op de psychoanalytische praktijk van het lid of de kandidaat en/of voor zover dit mogelijk consequenties heeft voor zijn of haar werk als psychoanalyticus. De klachtencommissie streeft na respectvol en adequaat recht te doen aan zowel de klager als de aangeklaagde vanuit een onafhankelijke positie als derde partij. De klachtencommissie is verplicht alle betrokken partijen voldoende te informeren over de procedure en het tijdspad, haar onderzoeksproces te documenteren en een eindrapport op te stellen. Bescherming van persoonlijke gegevens is bij elke stap een eerste vereiste.

In haar jaarverslag beschrijft de klachtencommissie haar werkzaamheden, de concrete aard van de klachten en haar uitspraken. Haar jaarverslag wordt ook gepubliceerd in het Mededelingenblad. Tot personen herleidbare gegevens worden hierin geanonimiseerd. Alleen de uitspraken van de klachtencommissie die tot een (tijdelijke) verandering van functies of lidmaatschap leiden worden met naam en toenaam door het bestuur gepubliceerd op een slechts voor leden en kandidaten toegankelijk deel van de website van de NVPA.

2. Klachtbehandeling volgens de psychoanalytisch-reflectieve werkwijze

De eerste stap in dit behandelingstraject is dat twee commissieleden (man en vrouw) gezamenlijk met de klager en de aangeklaagde in twee separate gesprekken op neutraal terrein de klacht onderzoeken. Alle vier betrokkenen (twee commissieleden, klager en aangeklaagde) stellen onderling vast of er sprake is van contaminaties voordat deze gesprekken gevoerd worden. De onderzoekers hanteren een psychoanalytisch-reflectieve, probleem georiënteerde werkwijze: de gesprekken zijn gericht op verhelderen en begrijpen van de klacht vanuit het psychoanalytisch denken en binnen de context van een psychoanalytische behandeling. Uitgangspunt bij deze benadering is dat in klachtzaken verheldering en begrip dikwijls al leiden tot oplossen van de onvrede. De beide onderzoekers rapporteren schriftelijk en separaat aan de collegae in de klachtencommissie, waarin zij ook een oordelende uitspraak doen over hun bevindingen. De klachtencommissie komt met een eindoordeel, waarvan klager en aangeklaagde schriftelijk en eventueel mondeling op de hoogte worden gesteld. Tussen de start van het behandelingstraject en het eindoordeel mogen niet meer dan drie maanden zijn verstreken.

Indien een klacht gegrond wordt verklaard kan de klachtencommissie met de aangeklaagde collega een kritisch gesprek over diens werk aangaan en hem of haar aanbevelen initiatieven te  nemen die kunnen leiden tot een herstel of verbetering van analytische bekwaamheid en professionaliteit. Dergelijke initiatieven kunnen bestaan uit supervisie, intervisie, consultatie, aanvullende opleiding, en dergelijke. Indien de aangeklaagde een kandidaat is wordt het eindoordeel alleen in het geval van een gegrond verklaarde klacht ook aan de Opleidingscommissie toegezonden. De klachtencommissie en de betreffende collega maken afspraken over de manier waarop de collega de klachtencommissie informeert over de voorgang van de uitvoering van de aanbevelingen. Indien het niet mogelijk blijkt met de betreffende collega tot overeenstemming te komen, indien de aanbevelingen niet worden uitgevoerd, of indien de betrokken collega weigert mee te werken aan een oplossing van de klachten die tegen hem of haar zijn ingebracht, kan de klachtencommissie besluiten tot een procedure volgens de administratief-oordelende werkwijze.

3. Klachtbehandeling volgens de administratief-oordelende werkwijze

Een onderzoek volgens de administratief-oordelende werkwijze is aangewezen als de ernst van de klacht dusdanig is dat uitsluiting van het lidmaatschap tot de mogelijkheden behoort of als een klachtbehandeling op de psychoanalytisch-reflectieve werkwijze daartoe aanleiding geeft. De voorzitter stelt een tijdelijke onderzoekscommissie samen met twee leden uit de klachtencommissie (man en vrouw). Deze leden mogen niet de gesprekken gevoerd hebben rond deze klacht volgens de psychoanalytisch-reflectieve werkwijze. Een niet-analyticus fungeert als onafhankelijk voorzitter (bijvoorbeeld een jurist). Alle betrokkenen wordt gevraagd of er sprake is van contaminaties voordat het onderzoek start. De onderzoekscommissie bepaalt haar onderzoeksstrategie, voert gesprekken en wint informatie in. De onderzoekscommissie volgt een administratief-oordelende werkwijze: op basis van de verzamelde informatie wordt in een rapport een voorlopig oordeel geformuleerd en een voorstel voor sancties gedaan. Dit rapport wordt  aan de overige leden van de klachtencommissie  voorgelegd. Met het indienen van het rapport bij de klachtencommissie beëindigt de onderzoekscommissie haar werkzaamheden.

De klachtencommissie stelt vervolgens een eindrapport op en stuurt dit aan het bestuur. Indien de klacht gegrond verklaard wordt en de klachtencommissie in haar eindrapport heeft geconcludeerd dat een lid of kandidaat in strijd met de richtlijn voor de beroepsethiek heeft gehandeld, dan kan de klachtencommissie het bestuur bindend adviseren sancties op te leggen. Deze kunnen bestaan uit een gegrond verklaring van de klacht zonder oplegging van een maatregel, een voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden zoals het nemen van maatregelen ter vergroting van de professionele bekwaamheid (behandeling, supervisie), een waarschuwing of berisping, een tijdelijke of permanente verandering van de geregistreerde functie(s) of schorsing of opzegging van het lidmaatschap. Tussen de start van het klachtbehandelingstraject en het eindoordeel mogen niet meer dan vier maanden zijn verstreken.

Desgewenst kan de klachtencommissie ook juridisch advies inwinnen en dit in het advies aan het bestuur melden. Het bestuur voert de adviezen van de klachtencommissie uit en meldt de voorzitter van de klachtencommissie over de concrete vorderingen daarvan. Indien de aangeklaagde een kandidaat is, wordt het eindoordeel alleen in het geval van een gegrond verklaarde klacht ook aan de Opleidingscommissie toegezonden.

4. Over de relatie tussen sancties van de klachtencommissie en andere tuchtrechtelijke organen.

Een tuchtrechtelijke uitspraak over het handelen van een NVPA-lid of kandidaat-lid bij een wettelijk tuchtcollege die tot doorhaling van de BIG-registratie leidt, wordt door de klachtencommissie zonder verder onderzoek overgenomen en leidt tevens tot beëindiging van het (kandidaat)lidmaatschap van de NVPA, ook al is die klacht niet bij de klachtencommissie van de NVPA neergelegd. Iedere andere sanctie dan doorhaling van de BIG-registratie op basis van een klacht die ook bij de NVPA is neergelegd door een wettelijk tuchtcollege of van een andere verenigingsrechtelijk tuchtcollege, leidt tot de afweging van de klachtencommissie al dan niet een zelfstandig onderzoek in te stellen. 

Als een klacht bij een wettelijk tuchtcollege in behandeling is genomen en ook nog wordt ingediend bij de NVPA, wordt de klachtbehandeling bij de klachtencommissie van de NVPA aangehouden en de uitspraak van het wettelijk tuchtcollege afgewacht. Indien de klacht zowel bij een andere verenigingsrechtelijke tuchtcollege als bij de NVPA is ingediend, beslist de commissie of behandeling wordt afgewacht dan wel direct gestart wordt met een eigen onderzoek.

5. Samenstelling klachtencommissie

De klachtencommissie bestaat uit tenminste zes leden, drie mannen en drie  vrouwen, plus een voorzitter, die op de voorjaarsvergadering op voordracht van het bestuur worden gekozen en benoemd voor een periode van vier jaar. In een vastgelegd schema wordt steeds de helft van de commissie eens in de twee jaar opnieuw gekozen. Drie  leden van de eerstgekozen klachtencommissie hebben daarom een termijn van zes jaar. Herverkiezing is eenmaal mogelijk. De voorzitter/niet-analyticus die zitting heeft in een tijdelijke onderzoekscommissie wordt op voordracht van het bestuur gekozen voor vier jaar. Indien de klachtencommissie dit gezien de complexiteit van een situatie noodzakelijk acht, kan zij besluiten een analyticus van een zustervereniging uit te nodigen voor onderzoek of advisering. Indien de voorzitter en/of de leden van de klachtencommissie gecontamineerd zijn voor behandeling van een klacht, treden zij tijdelijk terug en indien er onvoldoende leden overblijven, worden  tijdelijk andere leden door het bestuur benoemd. Bestuursleden en leden die actief betrokken zijn bij de opleiding kunnen geen deel uitmaken van de klachtencommissie. De klachtencommissie regelt de concrete uitvoering van haar werkzaamheden met een huishoudelijke reglement.

6. Dispensatieregeling

In gevallen waarbij zowel de analyticus als de patiënt menen dat er goede redenen zijn af te wijken van dit protocol, kunnen beide partijen daartoe een beargumenteerd verzoek indienen bij de klachtencommissie.


Contact

U kunt contact opnemen met voorlopig voorzitter van de klachtencommissie, mevrouw I.A.M. Boonekamp, door te mailen naar:
iboonekamp@gmail.com.
Of te bellen: (020) 670 78 11

De klacht gaat in verband met de vertrouwelijkheid rechtstreeks naar de voorzitter van de klachtencommissie en niet via het secretariaat van de NVPA.