Skip directly to content

Statuten van de NVPA

De statuten van de vereniging (laatstelijk gewijzigd in 2005) luiden als volgt:

Naam en zetel

Artikel 1

  1. De vereniging draagt de naam: Nederlandse Vereniging voor Psychoanalyse.
  2. De vereniging heeft haar zetel in Amsterdam.

Doel

Artikel 2

  1. De vereniging stelt zich ten doel de beoefening van de door Sigmund Freud ontwikkelde psychoanalyse en de daarop berustende wetenschap te bevorderen.
  2. De vereniging tracht dit doel te bereiken door:
    1. het bevorderen van de kennis van de psychoanalyse;
    2. het bevorderen, het organiseren en het in stand houden van opleidingen in de psychoanalyse (deze opleidingen leiden niet op tot een beroep in de zin van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg);
    3. het houden van een ledenregister met vermelding van de namen en adressen van de leden alsmede de registratie van de categorie van hun lidmaatschap en hun wetenschappelijke - en/of beroepskwalificaties
    4. het inrichten en het beheren van een bibliotheek over de psychoanalyse en aanverwante literatuur;
    5. het behartigen van de belangen van in Nederland gevestigde psychoanalytici;
    6. het fungeren als ?Constituent Organization? in de zin van de statuten van The International Psychoanalytical Association (IPA), een rechtspersoon ingevolge het recht van de Staat Delaware van de Verenigde Staten van Amerika en aldaar gevestigd;
    7. het zijn van ?Member Society? in de zin van de statuten van The European Psychoanalytical Federation (EPF), een rechtspersoon volgens Zwitsers recht en gevestigd te Genève;
    8. het bevorderen van het deelnemen door de vereniging en de leden aan de  activiteiten van de IPA en de EPF;
    9. het bevorderen van al hetgeen in de ruimste zin tot vorenstaande doelstellingen kan worden gerekend.

Lidmaatschap, categorieën van leden en aangeslotenen

Artikel 3

  1. Alle leden van de vereniging dienen te voldoen aan de morele en ethische eisen die het zijn van psychoanalyticus stelt.
  2. De vereniging kent als leden:
    1. gewone leden;
    2. bijzondere leden;
      de sub a en b genoemde categorieën kunnen worden geregistreerd als praktiserend of niet praktiserend
    3. aspirant-leden;
    4. bijzondere aspirant-leden;
    5. kandidaat-leden;
      de sub a tot en met e genoemde categorieën van leden tezamen hierna aan te duiden met ?leden?.
  3. Naast de leden in de zin van lid 2 van dit artikel kent de vereniging personen aan wie in de hoedanigheid van aangeslotenen de kwaliteit van buitengewoon lid kan worden verleend: aan een persoon kan op grond van grote betrokkenheid bij ? en kennis van ? de psychoanalyse op voordracht van het bestuur ? dan wel een verzoek daartoe door ten minste drie gewone leden aan het bestuur - door de ledenvergadering het buitengewoon lidmaatschap worden verleend. Een psychoanalyticus die voor het buitengewoon lidmaatschap in aanmerking wenst te komen kan daartoe aan het bestuur een verzoek richten. Het bestuur beslist alsdan over het wel of niet voordragen van de betrokkene aan de ledenvergadering.
  4. Bij bestuursbesluit kan aan een niet in Nederland gevestigde psychoanalyticus die het IPA-lidmaatschap heeft verworven en zich in de vereniging met een referaat in een wetenschappelijke vergadering heeft gepresenteerd, het getuigschrift van ?Corresponding Member of the Dutch Psychoanalytical Society? worden verleend.
  5. Buitengewone leden en Corresponding Members zijn geen lid in de zin van deze statuten en aan hen komen geen andere rechten en/of verplichtingen toe dan aan hen in de statuten of reglementen worden toegekend.
  6. Diegenen die in aanmerking wensen te komen voor een lidmaatschap van de vereniging als bedoeld in lid 2 dienen zich schriftelijk aan te melden bij het bestuur onder opgave van de aard van het  gewenste  lidmaatschap en hun kwalificaties. Het lidmaatschap wordt, op voorstel van het bestuur en na verkregen advies van de registratiecommissie, verkregen bij besluit van de algemene ledenvergadering.

Artikel 4

  1. Gewone leden of bijzondere leden zijn diegenen die de opleiding tot psychoanalyticus voor volwassenen en/of kinderen met goed gevolg hebben afgerond.
  2. Aspirant-leden of bijzondere aspirant-leden zijn diegenen die de opleiding tot psychoanalyticus voor volwassenen en/of kinderen tot het niveau van het aspirant-lidmaatschap met goed gevolg hebben afgerond.
  3. Kandidaat-leden zijn diegenen die met de theoretische  opleiding tot psychoanalyticus zijn begonnen.
  4. Een lidmaatschap, ook dat van buitengewone leden, is persoonlijk en kan niet worden overgedragen of door erfopvolging worden verkregen.
  5. Het bestuur beslist, hetzij op eigen initiatief en na overleg met het betrokken lid, hetzij op verzoek van het betrokken lid, na verkregen advies van de registratiecommissie over de wijziging van categorie van het lidmaatschap van een lid indien en voorzover aan een nieuwe kwaliteitseis door dat lid wordt voldaan. Met betrekking tot een beslissing van het bestuur over een mutatie in de kwaliteit van het lidmaatschap staat beroep open bij de algemene ledenvergadering. Het bestuur stelt de leden periodiek op de hoogte van wijzigingen in de categorieën van lidmaatschap van de leden.

Artikel 5

  1. Het lidmaatschap eindigt
    1. door de dood van het lid;
    2. door opzegging door het lid;
    3. door opzegging door de vereniging;
    4. door ontzetting;
    5. door het verlies van de kwaliteit voor het zijn van lid van de vereniging.
  2. Opzegging van het lidmaatschap door het lid of namens de vereniging kan slechts geschieden tegen het einde van een boekjaar. De opzegging door de vereniging geschiedt steeds met opgave van de redenen. De opzegging geschiedt schriftelijk aan respectievelijk door het bestuur met inachtneming van een opzeggingstermijn van ten minste vier weken. Indien een opzegging niet tijdig heeft plaatsgevonden, loopt het lidmaatschap door tot het einde van het eerstvolgende boekjaar. Het lidmaatschap eindigt echter onmiddellijk indien een lid niet meer voldoet aan de kwaliteitseis gesteld voor het zijn van lid van de vereniging.
  3. Ontzetting uit het lidmaatschap kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid in strijd met de statuten, reglementen of belangen van de vereniging handelt dat wil zeggen wanneer het lid de vereniging op onredelijke wijze benadeelt dan wel wanneer een lid zich heeft gedragen of gedraagt in strijd met de waardigheid of de belangen van de beroepsgroep van psychoanalytici. Op de procedures met betrekking tot de ontzetting is het bepaalde in artikel 35 lid 4 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing.
  4. Wanneer het lidmaatschap in de loop van een boekjaar eindigt blijft de jaarlijkse bijdrage voor het geheel door het lid verschuldigd, tenzij het bestuur anders beslist.
  5. Het bepaalde in dit artikel is voor wat betreft de opzegging van overeenkomstige toepassing op de ereleden en de buitengewone leden.
  6. In geval van de wijziging van de categorie van lidmaatschap duurt het lidmaatschap van de vereniging voort en zijn voortaan op het betrokken lid de statutaire bepalingen en overige reglementen van toepassing die betrekking hebben op de nieuw verkregen lidmaatschapscategorie.
  7. Met inachtneming van de wet en deze statuten zullen onderwerpen met betrekking tot het lidmaatschap, buitengewone leden en Corresponding Members daaronder begrepen, nader kunnen worden geregeld bij huishoudelijk reglement. Voorzover onderwerpen met betrekking tot het beëindigen van het lidmaatschap niet in deze statuten en of in de reglementen zijn geregeld zijn de bepalingen van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing.

Samenwerking met en Lidmaatschap van Internationale en Nationale Organisaties

Artikel 6

  1. De leden zijn ?member" of "associate member" van de The International Psychoanalytical Association, genoemd in artikel 2 lid 2, overeenkomstig de statuten van die organisatie en de leden zijn dientengevolge tot naleving van de statuten en reglementen van de IPA gehouden.
  2. De vereniging is ?Member Society? van The European Psychoanalytical Federation en ?Component Society? van de The International Psychoanalytical Association.
  3. De vereniging bevordert de deelname van de vereniging en van de individuele leden aan de werkzaamheden van de IPA en de EPF.
  4. De vereniging bevordert dat leden van de vereniging tevens lid zijn van de Nederlandse Vereniging voor Psychotherapie

Contributies

Artikel 7

Ieder lid is jaarlijks een contributie verschuldigd. De hoogte van de contributie wordt op voorstel van het bestuur per categorie van het lidmaatschap vastgesteld door de algemene ledenvergadering. Het bestuur stelt de contributie voor de buitengewone leden vast.

Bestuur

Artikel 8

  1. Het bestuur bestaat uit ten minste vijf en ten hoogste negen leden van de vereniging. De algemene vergadering bepaalt met inachtneming van het vorenstaande het aantal leden. Het bestuur kent de functies van voorzitter, secretaris, penningmeester, voorzitter van de opleidingscommissie en voorzitter van de wetenschappelijke commissie. Deze bestuursleden worden door de algemene vergadering in functie gekozen voor de bij hun benoeming te bepalen periode vallende binnen hun zittingsduur als lid. De voorzitter, de secretaris en de penningmeester worden gekozen uit de gewone leden. Het bestuur wordt in meerderheid gevormd door gewone leden; daarnaast maken zo mogelijk naast drie gewone leden ten minste één kinderanalyticus en één aspirant-lid of kandidaat-lid deel uit van het bestuur.
  2. In geval van een vacature maakt het bestuur een voordracht  voor de (her)benoeming  op die  bij voorkeur bestaat uit twee of meer personen.
  3. Bestuursleden kunnen te allen tijde onder opgaaf van redenen door de algemene ledenvergadering worden geschorst en ontslagen. De algemene ledenvergadering besluit tot schorsing of ontslag met een meerderheid van twee/derde van de uitgebrachte stemmen.
  4. De schorsing eindigt wanneer de algemene ledenvergadering niet binnen drie maanden daarna tot ontslag heeft besloten. Het geschorste bestuurslid wordt in de gelegenheid gesteld zich in de algemene ledenvergadering te verantwoorden en kan zich daarbij door een raadsman doen bijstaan.
  5. Bestuursleden worden benoemd voor een periode van maximaal vijf jaar.
    Onder een jaar wordt te dezen verstaan de periode tussen twee opeenvolgende jaarlijkse algemene ledenvergaderingen. De bestuursleden treden af volgens een door het bestuur op te maken rooster. Een volgens het rooster aftredend bestuurslid is onmiddellijk herbenoembaar.
  6. Indien het aantal bestuursleden beneden het in lid 1 vermelde minimum is gedaald maar ten minste twee bedraagt, blijft het bestuur niettemin bevoegd. Het bestuur is verplicht zo spoedig mogelijk een algemene ledenvergadering te beleggen waarin de voorziening in de vacature(s) aan de orde komt.

Artikel 9

  1. Het bestuur is belast met het besturen van de vereniging.
  2. Het bestuur is, met voorafgaande goedkeuring van de algemene ledenvergadering, bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding of bezwaring van registergoederen en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt.

Artikel 10

  1. Het bestuur vertegenwoordigt de vereniging.
  2. De vertegenwoordigingsbevoegdheid komt mede toe aan de voorzitter tezamen met de secretaris of de penningmeester, dan wel de secretaris tezamen met de penningmeester.

Algemene ledenvergaderingen

Artikel 11

  1. De algemene ledenvergaderingen worden gehouden in Amsterdam.
  2. Toegang tot de algemene ledenvergadering hebben:
    • de leden die niet geschorst zijn;
    • buitengewone leden indien het bestuur besluit tot het uitnodigen van buitengewone leden;
    • degenen die daartoe door het bestuur en/of de algemene ledenvergadering zijn uitgenodigd.
    Een geschorst lid heeft toegang tot de vergadering waarin het besluit tot zijn schorsing wordt behandeld en is bevoegd daarover dan het woord te voeren.
  3. Met uitzondering van een geschorst lid hebben de leden bedoeld in artikel 3 lid 2 ieder één stem in de algemene ledenvergadering. De leden bedoeld in lid 3 van dat artikel hebben geen stemrecht. Ieder stemgerechtigd lid kan aan een andere stemgerechtigde schriftelijk volmacht verlenen tot het uitbrengen van zijn stem. Een stemgerechtigde kan voor ten hoogste twee personen als gevolmachtigde optreden.
  4. De voorzitter bepaalt de wijze waarop de stemmingen in de algemene ledenvergadering worden gehouden.
  5. Alle besluiten waaromtrent bij de wet of bij deze statuten geen grotere meerderheid is voorgeschreven, worden genomen bij volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Bij staking van stemmen over zaken is het voorstel verworpen. Staken de stemmen bij verkiezing van personen, dan beslist het lot. Indien bij verkiezing tussen meer dan twee personen door niemand een volstrekte meerderheid is verkregen, wordt herstemd tussen de twee personen die het grootste aantal stemmen kregen, zo nodig na tussenstemming.
  6. Besluiten waarbij de vergadering als beroepsinstantie van bestuursbesluiten fungeert kunnen slechts worden genomen in een vergadering bij een meerderheid van drie/vierde van de uitgebrachte stemmen van ter vergadering aanwezige of vertegenwoordigde leden.
  7. Ter waarborging van de kwaliteit van de opleidingen kunnen onderwerpen met betrekking tot de opleiding van aspirant-leden, bijzondere aspirant-leden en kandidaat-leden pas na een daartoe strekkend besluit van het bestuur, na verkregen advies van de opleidingscommissie, onderwerp van besluitvorming van een ledenvergadering zijn.

Artikel 12

  1. De algemene ledenvergaderingen worden geleid door de voorzitter of, bij diens afwezigheid, door het bestuurslid dat het bestuur uit zijn midden kiest. Zijn geen bestuursleden aanwezig, dan voorziet de vergadering zelf in haar leiding.
  2. Het door de voorzitter ter algemene ledenvergadering uitgesproken oordeel omtrent de uitslag van een stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voorzover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel. Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van het oordeel van de voorzitter de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats indien de meerderheid van de vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.
  3. Van het ter algemene ledenvergadering verhandelde worden notulen gehouden door de secretaris of door een door de voorzitter aangewezen persoon. Deze notulen worden in dezelfde of in de eerstvolgende algemene ledenvergadering vastgesteld en ten blijke daarvan door de voorzitter en de secretaris van die vergadering ondertekend.

Artikel 13

  1. Onverminderd het bepaalde in lid 6 van dit artikel wordt jaarlijks één algemene ledenvergadering gehouden en wel binnen zes maanden na afloop van het boekjaar (de voorjaarsvergadering), behoudens verlenging van deze termijn door de algemene ledenvergadering. In deze algemene ledenvergadering brengt het bestuur zijn jaarverslag uit over de gang van zaken in de vereniging en over het gevoerde beleid. Het legt de balans en de staat van baten en lasten met een toelichting ter goedkeuring aan de algemene ledenvergadering over. Deze stukken worden ondertekend door de bestuursleden; ontbreekt de ondertekening van een of meer hunner, dan wordt daarvan onder opgave van redenen melding gemaakt.
  2. Wordt omtrent de getrouwheid van de stukken bedoeld in het vorige lid aan de algemene ledenvergadering niet overgelegd een verklaring afkomstig van een accountant als bedoeld in artikel 2:393 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek, dan benoemt de algemene ledenvergadering, jaarlijks, een commissie van ten minste twee leden die geen deel van het bestuur mogen uitmaken.
  3. Het bestuur is verplicht aan de commissie ten behoeve van haar onderzoek alle door haar gevraagde inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden te tonen en inzage in de boeken en bescheiden van de vereniging te geven.
  4. De commissie onderzoekt de in lid 1 en lid 3 bedoelde stukken.
  5. Vergt dit onderzoek naar het oordeel van de commissie bijzondere boekhoudkundige kennis, dan kan zij zich op kosten van de vereniging door een deskundige doen bijstaan. De commissie brengt aan de algemene ledenvergadering verslag van haar bevindingen uit.
  6. Het bestuur belegt voorts naast de in lid 1 genoemde vergadering een of meer huishoudelijke vergaderingen, waarvan één te houden als najaarsvergadering.
  7. Voorzover zulks nog niet bij de verantwoording door het bestuur is geschied rapporteren de afzonderlijke commissies van de vereniging in de voorjaarsvergadering met betrekking tot de in het voorafgaande jaar verrichte werkzaamheden.
  8. In de voorjaarsvergadering worden ook besluiten genomen omtrent voorzieningen in de samenstelling van het bestuur en van de commissies van de vereniging.
  9. In de najaarsvergadering legt het bestuur de begroting voor het komende verenigingsjaar voor en doet het bestuur een voorstel tot vaststelling van de contributie voor dat verenigingsjaar.

Artikel 14

  1. Algemene ledenvergaderingen worden door het bestuur bijeengeroepen ingevolge deze statuten en voorts indien het bestuur dit wenselijk oordeelt.
  2. Op schriftelijk verzoek van ten minste één/tiende deel van de stemgerechtigde leden is het bestuur verplicht tot het bijeenroepen van een algemene ledenvergadering, te houden binnen vier weken na indiening van het verzoek. Indien aan het verzoek binnen veertien dagen na het indienen van het verzoek geen gevolg wordt gegeven, kunnen de verzoekers zelf tot de bijeenroeping van de algemene ledenvergadering overgaan op de wijze als in lid 3 bepaald. De verzoekers kunnen alsdan anderen dan bestuursleden belasten met de leiding van de vergadering en het opstellen van de notulen.
  3. De bijeenroeping van de algemene ledenvergadering geschiedt door schriftelijke mededeling aan de stemgerechtigden op een termijn van ten minste veertien dagen. Bij de oproeping worden de te behandelen onderwerpen vermeld en worden de teksten van voorstellen tot wijzigingen van statuten of reglementen integraal meegezonden.

Statutenwijziging

Artikel 15

  1. Wijziging van de statuten kan slechts plaatshebben door een besluit van de algemene ledenvergadering waartoe is opgeroepen met de mededeling dat aldaar wijziging van de statuten zal worden voorgesteld.
  2. Tot wijziging van de statuten kan door de algemene ledenvergadering slechts worden besloten met een meerderheid van ten minste twee/derde van het aantal uitgebrachte stemmen.
  3. De statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. Ieder van de bestuursleden is bevoegd de akte van statutenwijziging te doen verlijden.
  4. Het bepaalde in de leden 1 en 2 is niet van toepassing indien in de algemene ledenvergadering alle stemgerechtigden aanwezig of vertegenwoordigd zijn en het besluit tot statutenwijziging met algemene stemmen wordt genomen.
  5. De bestuursleden zijn verplicht een authentiek afschrift van de akte van statutenwijziging en een volledige doorlopende tekst van de statuten, zoals deze na de wijziging luiden, neer te leggen ten kantore van het door de Kamer van Koophandel en Fabrieken gehouden register.

Ontbinding en vereffening

Artikel 16

  1. Het bepaalde in artikel 15 leden 1, 2, 3 en 5 is van overeenkomstige toepassing op een besluit van de algemene ledenvergadering tot ontbinding van de vereniging.
  2. De algemene ledenvergadering stelt bij haar in het vorige lid bedoelde besluit de bestemming vast voor het batig saldo, en wel zoveel mogelijk in overeenstemming met het doel van de vereniging.
  3. De vereffening geschiedt door het bestuur.
  4. Na de ontbinding blijft de vereniging voortbestaan voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van de statuten zoveel mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen die van de vereniging uitgaan, moeten aan haar naam worden toegevoegd de woorden "in liquidatie".
  5. De vereffening eindigt op het tijdstip waarop geen aan de vereffenaar bekende baten meer aanwezig zijn.
  6. De boeken en bescheiden van de ontbonden vereniging moeten worden bewaard gedurende zeven jaren na afloop van de vereffening. Bewaarder is degene die door de vereffenaars als zodanig is aangewezen.

Commissies

Artikel 17

  1. De vereniging kent voor de uitvoering van haar werkzaamheden in ieder geval de volgende zelfstandige commissie:
    • de commissie van beroep;
    en de volgende bestuurscommissies:
    • de opleidingscommissie en de subcommissies opleidingen;
    • de registratie- en nascholingscommissie;
    • de bibliotheekcommissie;
    • de wetenschappelijke commissie;      
    • de commissie psychoanalyse en maatschappij;
    • de commissie zelfstandig gevestigde psychoanalytici.
    Bij besluit van de algemene ledenvergadering kunnen ook andere permanente of tijdelijke commissies worden ingesteld.
  2. Tot lid van een commissie zijn alleen leden van de vereniging benoembaar.

Reglementen

Artikel 18

  1. De algemene ledenvergadering stelt in ieder geval een huishoudelijk reglement vast - en eventuele andere reglementen - voor de taak, werkwijze en samenstelling van de commissies en voor onderwerpen waarin door deze statuten niet of niet volledig wordt voorzien. Het bepaalde in artikel 14 lid 3 is op de agendering van de besluitvorming terzake van toepassing.
  2. Een reglement mag geen bepalingen bevatten die strijdig zijn met de wet of met deze statuten.
  3. Op besluiten tot vaststelling en tot wijziging van een reglement is het bepaalde in artikel 15 leden 1, 2 en 5 van overeenkomstige toepassing.

Werkgroepen

Artikel 19

Bij besluit van de algemene ledenvergadering kunnen werkgroepen worden ingesteld.
Nadere regelingen daartoe worden bij huishoudelijk reglement vastgesteld.

Overgangsbepaling erelidmaatschap

Artikel 20

Ten tijde van deze statutenwijziging kende de vereniging nog de categorie ?ereleden?. Thans is nog één erelid aangesloten bij de vereniging, voor wie die titel gehandhaafd wordt voor de resterende duur van zijn lidmaatschap.

Slotbepaling

Artikel 21

Aan de algemene ledenvergadering komen in de vereniging alle bevoegdheden toe die niet door de wet of de statuten aan andere organen zijn opgedragen.